29-04-18

ANGEL (42)

I, 08

 

Sappige motregen veroorzaakte geruis in struiken en bomen. Marlize en Erik werden wakker tussen de flessen en de glazen in de tuin, zware zee in hun hoofd. De blauwe nachtdonkerte werd al meer en meer weg gegomd. Ver weg dreven gele en blauw-paarse slierten in de oostelijke lucht. Ze hieven verbaasd hun kop. De wereld zag er precies veel groter uit. Hun neus deed zich te goed aan de verse ochtendgeuren.
‘Godverdomme.’
‘De ravage valt nog mee. Kijk uit voor scherven.’
Met zijn rechter voorpoot duwde Erik een gebroken fles opzij.
‘Kan die kerel feesten zeg!’
‘Er zitten geen berichten in de lege flessen. Alles is op.’
‘Een baas uit de duizend, maar het doet pijn. Au!’
‘Er is nog water in het bakje.’
Denise de hondin kwam de tuin in getreuzeld en ging aan Pasja’s kop likken, die nog altijd sidderend en rillend half in half uit zijn hok lag. Toen Pasja bedaarde, ging ze tussen Marlize en Erik in liggen, die hun kop tussen hun voorpoten drapeerden om nog even na te genieten van een matineus halfslaapje. Ook Pasja naderde nu wat, voor zover de ketting het hem toeliet. En Heer Lucifer keek met welbehagen op dit tafereel neer: hoe een rosse, een witte, een zwarte en een vale viervoeter langzaam hun bewustzijn verloren tussen de scherven van een wereldfeestje.

De commentaren zijn gesloten.