10-02-18

ANGEL (37)

‘We bevinden ons nu in het segment linksonder in het hakenkruis,’ deelde de duivel mee. ‘De herfstcollecties zijn binnen. Bladeren zullen weldra hun bomen verlaten. Er hangt kruidigheid in de lucht. Depressieve dichters parkeren weer hun achterklap onder elkaar. En mijn angel zoekt seks. Misschien moet ik later de Angelseksische landen ook nog aandoen, hi hi hi. Angelland! Lekker links rijden, joehoe! Geef ze de sporen!’
Marlize en Erik grijnsden wrang; dit was een lachmerrie. Ze herinnerden zich maar al te levendig het vorige intense bezoek van Lucifer, tot diep in hun kak- en slokdarm.
‘Rood is het nieuwe zwart, Erik. Koop je beurs, tot je bont en blauw ziet, je beschikt nu dankzij je hit over een ruim budget. En jij, Marlize: idem dito. Zwart is het nieuwe rood. Koop een bungalow aan de Zwarte Zee.’
Getingel van kassa’s begeleidde de monoloogjes van Lucifer.
‘En voor de honden een regenjas? Een muilband in slangenleer?’
Erik legde een rij sprotjes op het barbecuerooster. 
‘Lukt het vuur? Ik ben hier om te helpen,’ zei Lucifer. Even knetterde het ter hoogte van diverse knooppunten in zijn lijf. Hij stond rechtop met een grote bokaal Leffe in zijn hand, vlak bij het verschroeiende vuur. Zijn andere hand roerde even de gloeiende houtskool dooreen.
‘Vis… dooie visjes… niet mijn ding,’ mompelde hij. Het volgende ogenblik, na kort maar hevig gesis, lagen er twaalf worsten op het rooster.
‘Hé!’ protesteerde Erik.
‘Oeps!’ deed Marlize.
‘Vier de man, de vrouw,’ zei Lucifer. ‘Iets op tegen? Dit wordt het laatste vuurtje stook van het seizoen. Profiteer van grote kortingen.’
‘Dat zal mij worst wezen, ik wou vis!’
‘Dan heb je het lelijk mis. O, een rijm. Willen jullie de rest van mijn verzameld werk ook horen? Een lezing kan dit laatste avondmaal opvrolijken.’
De duivel zette zijn Leffe op de tuintafel en toverde een bebloede rol vellen tevoorschijn. De bloedvlekken waren vervaagd tot een donkerbruine geschiedeniskleur. Even kwamen Denise en Pasja overeind.
‘Dit,’ zei hij plechtig, ‘heeft een ingewikkelde reis achter de rug. Er werd miljoenen keren voor gemoord, verbrand, verkracht. De kroniek van de lopende gebeurtenissen. Samizdat. Apocriefe lectuur. Maar wel de enige echte. Daar hoort feestwijn bij. Weg met die Leffe. Ontkurk de Christustranen.’
‘PIMBY,’ zei Marlize, opverend uit haar tuinstoel. ‘Primeur In My Backyard.’
Erik/Franklin floot de eerste vijf noten van zijn wereldtune. Hij schroefde twee  flessen wijn open.
‘We are interested.’
‘U hebt onze interesse.’
‘Laat dat. Ik spreek niet alleen Spaans, maar ook Angels.’
Terwijl Lucifer de vellen ontrolde, manifesteerde zich nu uitdrukkelijk een penetrante zwavelgeur in de tuin. Op hetzelfde ogenblik pletste een witte duivenkwak op het eerste uitgerolde vel neer.
‘Shit! Voorvocht op de voorhuid! Shit!’ vloekte de duivel. ‘Ejaculatio praecox! Wat gaat er hier nog allemaal uit de lucht vallen in dit kloteland!’ Hij likte aan zijn scherpnagelige linkerduim en depte eerst nauwgezet een paar duivenspatjes van zijn zwarte maantranenketting op. Daarna braakte hij een kleine steekvlam waarmee hij de duivenstront op de testamentrol oploste. Vervolgens mikte hij met zijn rechterwijsvinger naar de lucht:
‘Vervelende vredesduiven! Bang! Bang! Bang!’
Vlak na elkaar ploften drie gebraden duiven op het barbecuerooster neer.
‘Tast toe,’ noodde Lucifer. ‘Ze zijn nog lekker rosé.’     
‘Wat heb je nu in hemelsnaam gedaan!?’
‘I shaked the moon in hemelsnaam, duifje,’ antwoordde de duivel. ‘Het werd tijd dat er hier eens iets anders uit de lucht viel. Smakelijk. Gevogelte op een bedje van worst. Of gaan we over cholesterol zeveren? Viert allen de herfst met wat gematigd wild! En vanaf nu is de wijn in de man en de vrouw, niet langer de Leffe.’