12-01-18

ANGEL (36)

De albasten maan hing heet aan het firmament, zelfs zweterig. Er dropen druppels af. Voor die de aarde konden bereiken, stolden ze eerst, vatten dan vuur en werden daarna tegen hoge snelheid omgesmeed tot zwarte kristallen met eeuwige vergunning. Dit gebeurde elke maand eenmaal en ging ook gepaard met lokale uitbarstingen van motten her en der op aarde. Gedurende zijn ballingschap op dit ondermaanse droeg Lucifer een halsketting bestaande uit dergelijke puntige maantranen. Dit juweel oefende ononderbroken een magnetische kracht uit richting sterrenhemel. Hij droomde immers van een eervolle terugkeer naar die lichtdonkere luchten – de biotopische context van die maan en een zevental hemelen. Misschien behoorde een liefdevolle hereniging met opperengel Bengele Tengele weer tot de mogelijkheden. De zesde hemel ware al een opperste staat van genade en geluk voor hem. En ook materie kon heimwee hebben: alles wilde terug naar waar het vandaan kwam. Zwart kristal verlangde bijvoorbeeld naar een aangename zee van licht en duisternis, bespikkeld met sterren die allang geen ster meer waren, maar slechts uitdovende oergeschiedenis. Ergens jankten ook twee honden naar die maan.

Om het hoofd van Lucifer deed zich hedenavond laat weer eens zo’n mottenuitbarsting voor. Het leek alsof hij zijn hoofd uitgeschud had. Hij zat net op zijn terras een slok bloedwijn tot zich te nemen uit een kelk die hij gestolen had uit het tabernakel van de kerk in Verkavelgem. Een wolk ontblootte de maan.
‘Alle duivels! Bij Mahoen, Apolijn en Tervogant!’ vloekte hij vrolijk. ‘Motten- maannacht! Vandaar dat mijn wijn zo smaakt! O maan, zalige afgesmoltene!’
Hij wapperde de motten weg, streelde zijn halsketting en hief zijn hoofd en zijn kelk bloedwijn naar de maan. De maanstralen gaven zijn maantranen een speciale glans.

‘Op de vloed!’
In een grote hink-stap-slok dronk hij het glas leeg.
‘Op de overvloed!’
Hij vulde onmiddellijk nog eens bij uit de karaf.
‘Zwart wordt weer het nieuwe rood,’ zei hij bij zichzelf. ‘Of is bloedrood het verse inktzwart? Dat moet ik Erik/Franklin nog eens vertellen, die notenkrakende rokjesdrager.’

Lucifer werd stilaan dronken van voldaanheid. Toen de maan na al dat druppen  bijna uit de hemel viel, en het overal op aarde donker werd, verzandde hij in zijn ligstoel via een dranksluimer in een diepe slaap, doorwoekerd met flarden droom.
‘Ikzelf haal uw kleed omhoog… ‘ mompelde hij likkebaardend, ‘uw tuniekjurkje… tot over uw hoofd… zodat men uw naaktheid kan zien… uw overspel… uw wellust… uw schandelijke ontucht… ‘

De commentaren zijn gesloten.