01-10-17

ANGEL (32)

Een aardbeving zoals ze in de twintigste eeuw een paar keer in de lagere streken van vlak Vlaanderen meegemaakt hadden, had AD 20XX op een hete augustusdag de kerk in Verkavelgem vlak bij de Cruisberg dooreen geschud. Ook het naburige Dakpannendorp deelde in de brokken. Er was een dode gevallen, een priester die net assisteerde bij een drievoudige begrafenis. Er waren talrijke lichtgewonden: de kerkgangers die zich bont en blauw hadden gelopen en gevallen tegen en over omvergevallen stoelen bij het naar buiten stormen. Ook de hitte en de bevangenheid in de kleine kerk zorgden mede voor slachtoffers. Zoals echter vaker gebeurde richtten de neveneffecten meer schade aan dan de bron van het kwaad zelf. De toren bleef immers op de kerk staan. De verkeerde lieveheer aan het kruis op het oude hoofdaltaar had even meewarig voor zich uit gekeken bij het horen en zien van dat onheil. Daarna zonk zijn hoofd weer gewoon op zijn borst, noch links noch rechts neigend, uit schaamte om wat hij de wereld had aangedaan. Of was het om wat de wereld zichzelf had aangedaan? Later zou niemand die de kerk in Verkavelgem bezocht het verschil merken. In de sacristie was de galerij van de veertien statiën flink dooreen geschud. Enkele taferelen lagen op de grond onder het puin.  Statie 6 en statie 7 hingen schots en scheef aan de muur. Vlak na de aanval van de natuur op de kerk had de dwarsbalk van het kruis van de veroordeelde (op weg naar de Knekelheuvel) de vrouw doorboord die toegesneld was om diens bezwete en bebloede gelaat te deppen. Recht in het hart. 

De commentaren zijn gesloten.