26-01-17

ANGEL (23)

De drie laatste gasten in café Retro te Verkavelgem hoorden en zagen het onweer naderen.
‘Het is weer te geweldig geweest,’ merkte patron Robert op, met een nijdige knik naar buiten.
‘Ik verhuis naar Thailand,’ besliste tandeloze Simon.
‘Goeie tandartsen daar!’ sneerde Veronique. ‘A voyage with a dental plan!’
‘En ik naar de Carabijnen, of hoe heten die hoelahoepeilanden ginder ook weer,’ zei Jozef. Hij graaide zijn rookspullen bijeen en stond op.
‘Hi hi, voor die paar druppeltjes?’ sneerde Veronique. Ze kon haar r-klanken niet meer de baas. ‘Wat voor mannen zijn jullie toch?’
‘Subiet regent het oude wijven,’ articuleerde Simon, uitdrukkelijk in haar gezicht kijkend. Toch moest hij weer van haar wegkijken, want zijn mededeling werd gevolgd door een enorme hik. Hij greep naar zijn borst om de pijn te bezweren.
‘Een doodshik,’ constateerde Veronique met lijzige stem. Ze stak haar zesentwintigste sigaret op, rookverbod of geen rookverbod, mijn botten.
‘Nu, ik moet toch stilaan sluiten,’ zei Robert. Met brede strijkbewegingen begon hij het toogblad schoon te wrijven.
‘Yes, let’s call it a day,’  sprak Jozef anderstalig.
Onwillig schuifelden ze het café uit. Het zag er menens uit met dat onweer, dat hun drinkplannen een uur te vroeg in de war stuurde.
‘Recht naar huis hé, gasten,’ riep Robert ze zoals gewoonlijk na.
‘Waar anders?’ antwoordde alleen Veronique, ook zoals gewoonlijk.

Met onvaste stappen gingen ze huns weegs. Ze zetten er wat spoed achter, want het gerommel naderde nu zienderogen, van de kant van de Cruisberg.
‘Ik voel al een paar druppels.’
‘Godverdomme.’
Een felle bliksemschicht verlichtte de omgeving. Simon wrikte zijn sleutel in het slot en mompelde wat tegen zijn drinkkompanen. Hij was het eerst thuis. Veronique en Jozef mompelden wat terug en staken er nog wat meer vaart in. Vlak nadat de deur dicht was geklapt, werd Simon andermaal door zo’n worgende hik overvallen. Een pijnbom deed zijn borst ontploffen. Hij greep naar zijn keel en zeeg neer.

‘Komaan schatje,’ zei Jozef.
Veronique gooide haar sigaret weg en nam zijn uitgestoken hand vast.
‘Een spurtje tot bij mij thuis?’
‘Your place or your place? Hihihi!’
Het hoekje om en twee straten verder ploften ze in de sofa neer.
‘We zijn eraan ontsnapt.’
‘Zeg dat wel. Straks breekt de hel los. Een Duvel?’
‘Merci, graag. Anders zaten we toch nog bij Robert.’
Veronique en Jozef nestelden zich even later met enkele Duvels tegen elkaar aan, terwijl de eerste waaiwinden die een onweer voorafgaan aan de Verkavelgemse boomkruinen en struikgewassen rukten. Het gedonder werd menens; geknetter was in de maak. De donkere bult van de Cruisberg stak dreigend tegen de lucht af. Het begon wellustig te regenen.

De commentaren zijn gesloten.