24-12-16

ANGEL (21)

De decurion had het meest tijd nodig om weer bij zijn positieven te komen. Hij braakte tot tweemaal toe en spoog een tand uit. De meeste van zijn mannen bleven versuft op de grond zitten.
‘Overeind!’ brulde hij dan. ‘Overeind!’
Hij sprong op, gevolgd door de anderen, terwijl het spottende gejoel alsmaar aanhield.
‘Opzij! Opzij!’
Niemand week. Van de kapers was ondertussen geen spoor meer te bekennen. De decurion koos eieren voor zijn geld. Hij vreesde verborgen dolken en messen onder de Joden. En hijzelf en zijn decuria waren van hun speren beroofd. 
‘Vooruit!’ brulde hij dan weer, terwijl hij met zijn zweep Simon van Cyrene rechtop ranselde. ‘Vooruit! Naar de kruisheuvels! Vergelding!’
Hij merkte dat de groep voor hem al een dertigtal meter voorsprong had, en achter hem botste een andere groep al bijna tegen ze op. De decurion van die groep riep hem spottend toe: ‘Eentje kwijtgespeeld?’
De hoofdman haalde gekrenkt zijn schouders op. Hij ranselde vloekend en brakend op de weeklagende Simon en op zijn eigen soldaten in.

Drie kwartier later hing de genaamde Simon van Cyrene, door de Romeinse escorte opgevorderd uit de toeschouwers na de tweede val van de man met de doornenkroon, gekruld als een vraagteken van schroeiende pijn aan het kruis dat bedoeld was voor de met geweld gekaapte Jezus de Nazarener. 
Bliksems scheurden de hemelen aan flarden en donders roerden de doodstrommen voor dertien kermende veroordeelden verspreid over de knekelheuvels op het grondgebied van Jozef van Arimathea. Eén knekelheuvel zou later Golgotha worden genoemd, of Calvarieberg, of Kruisberg. Het graf dat de grondeigenaar er toch al liggen had, zou met toelating van Pontius Pilatus gebruikt worden als laatste rustplaats voor de aflijvige Simon van Cyrene, die echter luttele tijd later ergens anders ondergebracht zou worden door dezelfde militie die de Nazarener uit de doodsstoet weggekaapt en ontvoerd had.

Ondertussen was Veronica engele Babbe buiten adem thuisgekomen. Verscheidene keren had ze achterom gekeken, uit angst voor mogelijke achtervolgers. Nog voor het onweer echt losbarstte, bereikte ze haar woning aan de Habadweg. Haar borst ging snel op en neer. Minutenlang nog bleef ze met het in haar sluier gewikkelde testament tegen haar hart geklemd zitten, niet één keer met haar oogleden knipperend. Daardoor was haar grote omslagdoek op borsthoogte rood geworden, net als haar sluier zelf.