30-10-16

ANGEL (19)


Met elf donkere slagen dicteerde de torenklok het aanbreken van het drieëntwintigste uur van het etmaal. Babbe telde inwendig mee, ondertussen aan haar kutje krabbend. Even kwam er beweging in het geslacht van de Allerhoogste Mensenzoon. Een purperen rimpelinkje trok doorheen de beide ballen. Het daarbij horende lulletje leek zich te willen manifesteren als het vogeltje van een zwartewoudkoekoeksklok, maar alras verschrompelde het goddelijke lid weer tot de eeuwenoude stand van zaken, in zichzelf verzonken en gerimpeld. De Gekruisigde had niet echt een krimp gegeven.

Men (‘men’ zijnde de mensheid gedeeld door de mens) is in de waan (synoniem: men denkt) dat toeval bestaat. Neen. Het onbestaat. Het bestaat het niet te bestaan. Zo was engele Babbe eigenlijk niet toevallig ter aarde besteld. Ook al tuimelde ze zogezegd etc… etc … Nee: Babbe ondernam een queeste naar het verloren gegane Boek der boeken. Ze was uitgezonden door Bengele Tengele, de opperengel uit de zesde hemel, ooit een geliefde van Lucifer. En hier school ook een verborgen agenda achter: engele Babbe moest intelligence verzamelen betreffende de activiteiten van Lucifer op aarde. Er deden namelijk geruchten de ronde over een roman en een wereldhit die de gemoederen van de mensheid al te zeer konden beroeren. En dat was niet goed voor de wereldbalans. De opperste heerscharen waren hierover ongerust.

Het etherische wezen wervelde nu naar de galerij van de veertien statiën in de sacristie. De grote verkeerde lieveheer aan het kruis (een met het hoofd naar links neigende Gekruisigde dus, die vooral aandacht heeft voor de slechte moordenaar aan zijn linkerkant, het begin van de rechtspraak en de bevrijdingstheologie) had haar met een onmerkbare knik van zijn hoofd de weg gewezen. 

‘Statie 6 en statie 7 verdienen nauwgezet onderzoek,’ had Bengele Tengele gezegd. ‘De statie van de vera icon en vlak daarna die van de tweede epileptische aanval van de man die op de Knekelheuvel toe stapt.’
Engele Babbe boog zich voorover om de doornenkroon op het hoofd van de koning der Joden nauwkeuriger te bekijken.
‘Een encefalogram,’ mompelde ze. ‘Goedenavond Meneer, u neemt het me niet kwalijk dat ik U en mezelf in één adem twee gevallen noem?’
Met in haar linkeroog de zesde statie en in haar rechteroog de zevende statie staarde ze daarna net zo lang tot er beweging in de taferelen kwam. Al vlug voelde ze zich samenvallen met de gebeurtenissen pakweg twee millennia geleden.

07-10-16

ANGEL (18)

Engele Babbe mocht zich gelukkig prijzen dat ze op openbaar grondbezit terecht was gekomen – weliswaar via het afstapje van een privéluifel. ‘Voor hetzelfde geld’ zoals ze hier zeggen, werd engele Babbe op zo’n privéterritorium  ter aarde besteld, waar de eigenaar haar fluks kon kooien en te werk kon stellen als engel-van-plezier. Het draaide dus anders uit. Haar malse kontje daalde uit duifgrijze luchten in openbaar Verkavelgem neder, en ongezien. Hoe dan ook: Babbe ventileerde zichzelf nu op hielhoogte door het pre-onweerachtige Verkavelgem.
(‘Ventileren’: er is geen ander woord dat het vooruit bewegen van een engele correct weergeeft. Het betreft een combinatie van sierlijk schrijden en pijlsnel suizen. In de angelieke literatuur wordt hier het ouderwetse ‘vliegen’ gebruikt.)


Niemand zag haar. Dat kon ook niet: wereldlijken konden deze angelieke verschijning niet zintuiglijk waarnemen. Alleen een bewegend of verplaatst voorwerp waar ze eventueel tegenaan botste, kon haar aanwezigheid verraden. Maar wanneer zoiets gebeurde, schreven de stervelingen dat toe aan de wind, verstandsverbijstering of dronkenschap van henzelf. Mochten ze het sappige wezen in het aangelaat kunnen aanschouwen, dan zouden ze wis en zeker uitroepen: ‘Maar is dat Vicky Leandros niet?!’ En ze zouden dan doelen op de jonge Vicky Leandros die in de vorige eeuw zulke mooie liedjes zong. Deze Vicky, Griekse halfgodin met ook nog iets Duits erbij, had toen voor talloze goede huisvaders de bijtgare natte droom betekend.

Ter zake.

Engele Babbe gaf eerst acte de présence in de kerk. Ze ventileerde zichzelf door de gesloten toegangsdeur, stevende op het hoofdaltaar af, mompelde in quick motion een engelse groetenis en bekruistekende zichzelf Vlaams-orthodox, waarbij het laatste klopje ook links eindigt, ter hoogte van het hart. De man-an-de-lat was namelijk een verkeerde lieveheer; hij neigde naar links, luisterend naar de slechte moordenaar.
‘Het riekt hier naar een lang afgesloten slaapkamer,’ constateerde ze hardop. Even wapperde ze met de onderste regionen van haar tuniekjurkje, als wou ze kwade geuren verdrijven.
‘We are not amused!’ klonk het dof en pijnlijk van op de grote crucifix. 
‘Inbeelding,’ dacht Babbe, maar toch keek ze even op naar de Gekruisigde. De Kerel gaf geen krimp. Ze detecteerde spinrag tussen kin en rechtertepel.