07-10-16

ANGEL (18)

Engele Babbe mocht zich gelukkig prijzen dat ze op openbaar grondbezit terecht was gekomen – weliswaar via het afstapje van een privéluifel. ‘Voor hetzelfde geld’ zoals ze hier zeggen, werd engele Babbe op zo’n privéterritorium  ter aarde besteld, waar de eigenaar haar fluks kon kooien en te werk kon stellen als engel-van-plezier. Het draaide dus anders uit. Haar malse kontje daalde uit duifgrijze luchten in openbaar Verkavelgem neder, en ongezien. Hoe dan ook: Babbe ventileerde zichzelf nu op hielhoogte door het pre-onweerachtige Verkavelgem.
(‘Ventileren’: er is geen ander woord dat het vooruit bewegen van een engele correct weergeeft. Het betreft een combinatie van sierlijk schrijden en pijlsnel suizen. In de angelieke literatuur wordt hier het ouderwetse ‘vliegen’ gebruikt.)


Niemand zag haar. Dat kon ook niet: wereldlijken konden deze angelieke verschijning niet zintuiglijk waarnemen. Alleen een bewegend of verplaatst voorwerp waar ze eventueel tegenaan botste, kon haar aanwezigheid verraden. Maar wanneer zoiets gebeurde, schreven de stervelingen dat toe aan de wind, verstandsverbijstering of dronkenschap van henzelf. Mochten ze het sappige wezen in het aangelaat kunnen aanschouwen, dan zouden ze wis en zeker uitroepen: ‘Maar is dat Vicky Leandros niet?!’ En ze zouden dan doelen op de jonge Vicky Leandros die in de vorige eeuw zulke mooie liedjes zong. Deze Vicky, Griekse halfgodin met ook nog iets Duits erbij, had toen voor talloze goede huisvaders de bijtgare natte droom betekend.

Ter zake.

Engele Babbe gaf eerst acte de présence in de kerk. Ze ventileerde zichzelf door de gesloten toegangsdeur, stevende op het hoofdaltaar af, mompelde in quick motion een engelse groetenis en bekruistekende zichzelf Vlaams-orthodox, waarbij het laatste klopje ook links eindigt, ter hoogte van het hart. De man-an-de-lat was namelijk een verkeerde lieveheer; hij neigde naar links, luisterend naar de slechte moordenaar.
‘Het riekt hier naar een lang afgesloten slaapkamer,’ constateerde ze hardop. Even wapperde ze met de onderste regionen van haar tuniekjurkje, als wou ze kwade geuren verdrijven.
‘We are not amused!’ klonk het dof en pijnlijk van op de grote crucifix. 
‘Inbeelding,’ dacht Babbe, maar toch keek ze even op naar de Gekruisigde. De Kerel gaf geen krimp. Ze detecteerde spinrag tussen kin en rechtertepel. 

De commentaren zijn gesloten.