09-08-16

ANGEL (16)

Plotseling manifesteerde zich dof gerommel in de nabije verte. De wolk met zwart vocht en vuur was in aantocht, voorafgegaan door een legertje wattenproppen.
‘Godverdefuck, dat had ik over het hoofd gezien,’ vloekte Lucifer. ‘Het weer speelt hier altijd een vuile rol in dat kloteland. En het landje is verdomd zo klein dat het niet eens een serieus weerbericht kan hebben.’
De honden waren daarnet al verstard en muildood in hun vlakke positie gebleven, toch nerveus en bang tot in de puntjes van hun oren. Ze pasten in het plaatje van de Bambruggestraat als Pompei. Nu begonnen ze zacht te janken.     
Als een ongewenste zwangerschap naderde de donkere wolk al vlug de voorstad. Straks zou de hel losbarsten, zoveel was zeker.
‘Ah! Daar rukt de bloedmelk aan!’ riep Lucifer. ‘Weer of geen weer!’
Erik kwam omzichtig met drie glazen aandragen, terwijl hij met één oog ongerust naar de lucht keek.

‘Godverdefuck!’ papegaaide hij nu ook.
In de belendende tuin dreef een babyrookwolk.
‘Mijn aubergines!’
Hij plantte de glazen ijlings op de tuintafel neer en repte zich via de trapladders en het loopbrugje naar zijn (nou: Franklins) keuken.
‘Nog vlug even… op de valreep… ‘ zei Lucifer, terwijl hij ook een bedenkelijke blik omhoog wierp. ‘Terwijl je lieverdje de aubergines is gaan blussen… mijn plan met jullie.’
‘Eindelijk,’ verzuchtte Marlize. ‘Eindelijk komt het ervan.’
‘Ik doe jou een roman cadeau en ik geef Erik een wereldhit. Jij bent de moeder van allebei. Alles komt van jou. Jullie worden mijn Adam en Eva. Sorry: Eva en Adam. We hebben een verbond; we hebben daarnet onderling al sappen uitgewisseld. Een tegenzet voor de Allerhoogste.’
‘En Franklin dan?’
Even look Pasja een oog.
‘Franklin heb ik met jullie steun naar de hel gezonden; hij heeft nu een hondenleven. Hij was te hebberig. En te vet. Aardig van hem om te stelen, daar niet van, haaks op het auteursrecht, maar nee. Bovendien had ik voor mijn plan een koppel nodig. Een duo met problemen. Een individuo waar een comeback voor nodig was: aantrek en afstoot, twee stukken van één kont, zeg maar. Dat leest en luistert allemaal veel lekkerder weg. Mijn evangelie moet ook verkocht raken hé. Ik ken de markt. Vandaar ook eh… mijn mirakel met de menshond hier. Of zal ik zeggen: hondmens? Three is a crowd; two is… a hell of a job.
‘Waarom mag Erik dit niet horen?’   
‘Mm… heerlijk!’
Lucifer stak zijn neus omhoog in de verschroeide lucht die hen vanuit de aanpalende tuin tegemoet woei.
‘Zijn comeback bij jou geeft hem al meer dan genoeg satisfactie. Succes moet bij hem met mondjesmaat in gelepeld worden. Ha ha ha… ! Wat zeg ik!? Hi hi ! Ik denk aan daarnet in de gang… ‘
‘Ja ja… al goed.’
‘Hij is een man hé.’
‘Wat bedoel je daar mee?’
‘Een niet-vrouw.’
‘O, juist.’

Er stak wind op. De onweerswolk  snelde als een kudde woedende zwarte schapen het luchtruim boven de voorstad tegemoet.
‘Ooigevaar! Ooigevaar!’ riep de duivel spottend.
Ondertussen klauterde de niet-vrouw weer over de beukenhaag.
‘Red de bekers van het Verbond!’
Lucifer greep naar de glazen Bloody Mary, deelde ze uit, tikte, knikte en dronk. Op datzelfde ogenblik weerklonk intens geknetter, dat door merg en been sneed. Een zigzaggende serpentine doorkliefde de lucht. Dichterbij volgde nu een knal.  Onthutst keken Marlize en Erik opzij. Waar Lucifer had gestaan, hing alleen nog een solferwalm. Op het kunstgras vormde zich een melkachtig plasje. Ze hoorden nog vaag het uitstervende gerinkel van zijn cocktailglas, als een windklokje. Vlak daarna sausde de regen naar beneden. Onzichtbaar tussen het onverdroten neervallende hemelwater daalden ook duizenden kleine naakte putti neer gewapend met vlammende zwaarden die in aanraking met de regen duizendvoudig gesis veroorzaakten als in een reuzensmidse.

De commentaren zijn gesloten.