02-04-16

ANGEL (12)

Zestien dagen later arriveerde bij de heer Franklin Vervecken in de Bambruggestraat het heuglijke bericht dat hij de laureaat van de NNMMA-wedstrijd geworden was. In verband met zijn inzending RacecaR was er sprake van unanimiteit in de vakjury. De weken daarvoor hadden Marlize en Erik Vinquier de nodige maatregelen getroffen betreffende Franklins school. Ze hadden zijn huis overhoop gehaald en zowel telefonisch als papieraal als digitaal de noodzakelijke administratie verricht om hem gedurende de maanden mei en juni buitenspel te zetten. Een paar luttele (vervalste) documenten stuurden hem naar een alcohol- en vetontwenningskliniek in het groene hart van een aanpalend buurland. Het ging om mentale en fysieke gezondheid bij hoogdringendheid. De schooldirectie diende dus voor vervanging te zorgen. De maanden juli en augustus vormden geen probleem; alle leraren in het middelbaar hadden dan immers vanzelf vrij. Erik en Marlize hadden zelfs de moeite genomen de stapel verbeterde huiswerkbladen die ze in een van de bovenkamers aantroffen in een postpakket naar het secretariaat van de school te zenden. Medio augustus zou de school geüpdatet worden betreffende een eventuele heropstart in september.

Erik Vinquier nam zijn intrek naast Marlize. De ‘comeback’ was dus toch een feit geworden. Na veel oefening en volgehouden routine ontpopte hij zich geleidelijk tot een aanvaardbare versie van de nieuwe Franklin Vervecken. De bewoners van de Bambruggestraat kenden elkaar immers nauwelijks. Hij goochelde met haarkleur, crèmes, kleren, kleuren, houdingen, loopjes en tics. Hij zorgde er voor dat hij zichtbaar ging joggen en aan gezondheid deed. Hij liep net snel genoeg langsheen deuren en vensters en tuinen van de stille Bambruggestraat, handdoek in de nek, zweetband om het hoofd om geloofwaardigheid te kweken: ja, die volslanke eenzaat Franklin was toch maar goed op weg naar een normaal lichaam! Goed bezig. Een aanwinst voor de buurt.
Marlize liet zich evenmin onbetuigd. Ze liet elke avond na haar werk twee honden uit: Denise de bruine hondin en Pasja de zwarte poedel. Die laatste was de lastigste. Hij arriveerde elke avond hijgend en snakkend naar adem aan de deur in de garagepoort, waar hij al helemaal niet door wou. Er deed zich dan telkens een scène voor. Wie scherper toekeek of zijn oor te luisteren legde, had kunnen denken dat Pasja iets wou roepen, zoals een mens dat zou doen. Maar de Bambruggestraat had net zo goed in gestold Pompei kunnen liggen: niemand schonk ooit enige aandacht aan het drietal, en zeker al niet aan die koppige kroeskop van een hond wiens schor gehijg elke avond verzandde in schril gepiep.  

De commentaren zijn gesloten.