28-11-15

ANGEL (08)

Vanuit het zuiden kwam plotseling met ver geraas een bloedgolf opzetten. Doorheen de lage panoramische ramen zagen ze de vloed op hen afkomen. Iedereen sprong op.
‘Doe iets, demon!’ riep Marlize.
Vloekend greep Lucifer naar zijn vork, die hij in een mum van tijd weer uit het plasje in de hoek liet oprijzen. Hiertegen was hij niet echt opgewassen. Ooit was dat anders. Met een vreemd flappend geluid afgewisseld met onderdrukt gebulder nam de donkerrode tsunami bezit van de aarde om ze heen. Lucifer hief zijn vork dramatisch om de spoeling wat te temperen. De bloedgolf bereikte echter maximaal een hoogte van een halve meter; ze voelden zich helemaal niet overspoeld. Bovendien bevonden ze zich op de derde verdieping van iets wat op een balkanpaleisje geleek. Ze kregen alleen een bloedsmaak in de mond en het gevoel van verandering dat door hun aderen ruiste. De bloedgolf knabbelde even aan het oud-Bulgaarse paleisje en kabbelde dan rustig verder. Dit luidde het nieuwe seizoen in.

‘We bevinden ons nu in het segment rechtsonder in het hakenkruis,’ deelde de duivel mee. ‘Een nieuw seizoen, een nieuw geluid.’
‘Maar hoe bekijk je het? Draai je linksom of rechtsom met die swastika?’ vroeg Erik.
‘Noch de klokwijzers, noch de noties linksom of rechtsom zijn voor mij van tel,’ antwoordde Lucifer. ‘Ik hou alleen van alles waar een haak aan zit, ha ha ha! Geef mij maar quantumbolle ruimtes! Onverwachte onvoorspelbare attractoren! Eenheden die zichzelf klonen!’

Het mosterdgele vertrek kwam in vuur en vlam te staan. Er deed zich een ontploffing voor. Ze hupten verschrikt achteruit. Waar Lucifer had gestaan, hing alleen nog een solferwalm.

Erik ontwaakte in het stadspark op een minuscuul eilandje omgeven door zeven fonteinen. Hoe was hij daar in hemelsnaam beland? Hij was niet eens nat.
Hij wachtte een min of meer onbewaakt ogenblik af en waadde dan terug naar het vasteland van het park. Thuis merkte hij dat hij een zwarte hoofdband omhad. Die had hij nooit eerder gezien of gebruikt. Uit wat voor rare kwade droom was hij gestapt? Had hij een rondje te veel op en had hij het bewustzijn verloren? Een barrière doorbroken?

Diezelfde zaterdagochtend liep Franklin naar huis met hondin Denise aan de leiband. Hij ging nooit van zijn leven te voet en zeker niet met een vreemd beest aan de lijn. Eigenlijk was het eerder Denise die Franklin aan de lijn hield. Hij deponeerde het beest aan Marlizes voordeur, belde aan en stapte dan vlug naar zijn eigen honk. Daar belandde hij na intens getob in een gedachteloze toestand waaruit hij pas tegen de middag kon ontsnappen. Had hij een suikercoma achter de rug?

Marlize bevrijdde zichzelf op dat moment tegen haar zin uit een trance, gezeten aan de keukentafel, opkijkend van een tekst die zichzelf geschreven had via haar hand en waarover ze intens tevreden was. Nooit eerder had ze op die plek zitten schrijven. De tekst had haar al anderhalve maand een stevige hindernis geleken en wellicht ook (bij niet-levering) een bepalende vertragingsbult in haar carrière bij reclamebureau H*BB*S. Nu lag die er… voor haar… perfect. Nadat er werd aangebeld, trof ze Denise op de drempel aan. Dat beest had toch zelf niet… ? Nee, onmogelijk. Of toch. Na vannacht was alles mogelijk. Vannacht? Marlize pijnigde haar hersenen, maar verder dan een vage herinnering aan een nachtmerrie kwam ze niet.

De commentaren zijn gesloten.