18-05-15

ANGEL (03)

Marlize zapte de tv wat harder en dronk een glas plat water in één gulp uit. Op een Duitse zender denderde een trein doorheen een landschap dat als idyllisch aangekondigd werd. Verder was er geen commentaar. Ideaal voor de slapelozen. Moffenland in al zijn rurale glorie.
Pianissimo: de belendende geluiden stierven nu uit en haar woede ebde weg.
‘Kokkelkop’, articuleerde ze hardop. ‘Kokkelkop’. Ze flitste de trein de duisternis in. Knisperend viel de tv nu zelf in slaap.

Toen werd er aangebeld. Marlize – reeds één voet op de onderste traptrede –  verstijfde. Op dit uur? Ze spitste haar gepijnigde oren, alsof ze hierdoor de identiteit van de late bezoeker kon definiëren. Bij de muziekleraar weerklonk niks meer. Geen noot. Aan de andere kant weerklonk nooit iets. Marlize wist zelfs niet eens hoeveel personen er in dat huis der ingeslapenen woonden.
Er volgde geen tweede belsignaal. Dat verontrustte haar. Een bekende zou aandringen. Een onbekende met snode plannen… nou, dom van haar: die zou natuurlijk helemaal niet aanbellen. Die zou zich op een andere manier een weg verschaffen. De enige die nog zou aanbellen, zelfs op dit gevorderde uur, was Erik. Gewapend met drank. Maar die periode was voorbij. Dat hij zijn pik maar in zijn eigen kont stak, de wurm. Denise reageerde al helemaal niet op het belgeluid. Ze lag uitgebreid in halfslaap in haar mand. Gewoonlijk reageerde ze met twee korte blafjes op de bel. Was er wel aangebeld daarnet?

Ja? Nee?
Toen besefte Marlize plotseling dat huppeldepup aan de deur via het erkerraam kon merken dat er hierbinnen nog volop licht was. Was het onbeleefd die schakelaar linksonder aan de trap in te duwen en slaapduisternis af te kondigen? Nee toch? Er bestond toch zoiets als een privéleven?   
‘Nee’, besliste ze dan. ‘Of ja’.
Denise gromde even in haar halfslaap.

Het was de duivel in hoogsteigen persoon.
‘Ik kom je halen’, zei hij. Vurige vlammen dansten om zijn lendenen. Hij tikte met de steel van een grote vork op de grond. Hij had iets van zowel een imker als van een advocaat: streng achterover geharkt inktzwart uitdunnend haar, een harige bijenborst, messcherpe vouwen in zijn broek, iets potsierlijks driehoekigs op zijn kruin met een voile waar je doorheen kon kijken, iets wat voor een toga of een cape door moest gaan. Hij rook zoet en zuur en verbrand tegelijkertijd. Er hing voortdurend wat rook om zijn hoofd. Hij sprak bekakt.
‘Je levende leven heeft lang genoeg geduurd’.
‘Wat voor de duivel... ‘
‘Net wat je zegt, ouwe meid’.
Hij grimlachte twee brokkelige rijen zwarte tanden bloot waartussen een roze stuk kauwgum geklemd zat. Een autokerkhof.
‘Maar… ‘
‘Tijd voor een zwanenzang. Ik draai even aan de volumeknop’.
Marlize sloeg zijn hand weg die naar haar linkerborst greep.
‘Vieze vent!’
‘Wat is daar nu vies aan? O ja, over vies gesproken, waar ik eigenlijk voor kom: kun jij de ketting van mijn fiets weer opleggen? Ik ben daar zo onhandig in. Ik maak mijn handen niet graag vuil. Toe, in de naam van mijn rijwiel: help ons!’
‘Ben je betoeterd? De duivel fietst niet.’
‘Laat je me niet binnen, engel?’
‘Moet ik de politie bellen?’
‘Ik wil alleen seks met jou, honnepon. Ik kick niet op kinky uniformen.’
Weer opende zich de schroothoop van zijn bakkes.
‘Viespeuk.’
‘Er ligt hier vlak voor je huis een dode hond op straat. Doe je er iets aan voor de eksters met zijn darmen gaan lopen?’
‘Daar tuin ik niet in. Lijkt wel een boekje van Pieter Hespe. Arm plot, mager motief. Reden te meer om weer vlug naar binnen te gaan. Slaap wel, Lucifer.’
‘Slapeloos, juffie, slapeloos ben ik.’
‘Waarom bel je hier eigenlijk aan? Op dit uur?’
‘Je hebt Erik en Franklin de duivel aangedaan. Ik kom je rekenschap vragen, kokkelkopje. Zoiets gebeurt altijd omstreeks middernacht. God houdt van symbolische getalletjes en tijdstipjes, de duivel evenzeer. Reisje met mij maken?’
‘O… O… spirits of the past hé… Beetje kersterig, vind je zelf niet? Waar gaan we naartoe? Het verleden? De toekomst? Het heden? Maar we zijn hier al  hoor, lucifersufferd. Bah, dat luchtje!’
Marlize wapperde met haar handen.
‘Gaan? Vliegen zul je! Buitenvliegen! Nu ben ik op mijn solfer getrapt. Ik en ik alleen beslissen over de eindbestemming. Wij beidjes dus… gezellig onder elkaar… hi hi hi. ’
‘Melige mop. Vreselijk duivels plan. Ik ben onder de indruk. Waarheen gaat de trip? Enkele reis naar de hel?’
’Hou nu maar je waffel, stervelinge.’

De commentaren zijn gesloten.