21-04-15

ANGEL (02)

Denise de hondin blafte uitbundig toen bazinnetje Marlize de deur tussen de garage en het woonhuis opende. Even kreeg de wind vrij spel.
‘Waf Denise!’
‘Waf waf waf waf waf waf waf!’
Denise ranselde uit pure domme vreugde haar eigen kont met haar staart.
‘Komt daar nou nooit eens iets anders uit?’, dacht Marlize. ‘Domme blafmachine. Doe eens iets… kats.’
Verse wanhoop belaagde haar gemoed. Daarom floot ze andermaal dat deuntje van daarnet, terwijl ze met Denise even de tuin in ging. Ze merkte het niet door de dichte beukenhaag: buurman Franklin hoorde het gefloten airke. Binnenkort zou hij door dat gefluit rijk worden. Verbaasd, gaandeweg gebiologeerd, dirigeerde hij zijn oorschelpen naar de bron van het menselijke fluitgeluid toe. Buurvrouw Marlize was weer haar lippen aan het tuiten. En hoe! Dat werd een hit! Dat was zo zeker als twee plus twee vier was.
Hij greep naar zijn iPhone 4S en capteerde stiekem, gescheiden door een dichte haag van een halve meter en zonder haar medeweten, een goedgevulde partituur van gefloten nootjes. Gefundenes Fressen.

Diezelfde avond nog ging muziekleraar Franklin aan de slag. Hij drapeerde zijn kingsize zithammen over het oppervlak van de pianotaboeret. Een dergelijke notencombinatie kon zijns inziens niets anders dan scoren, wereldwijd scoren. Via de scheidingsmuur bereikte de verdunde, gefilterde pianoversie omstreeks elf uur de oren van Marlize. Franklin was er zich niet bewust van dat die muur al jarenlang zijn klanken en wanklanken doorgaf, althans: wanneer hij intens bezig was met noten vreten. In opperste verbazing aanhoorde Marlize in gesmoorde vorm haar eigen airke, dat ze al die jaren al op onbewaakte ogenblikken floot en gefloten had. Ze hield al helemaal niet van die overspannen dooievisjesvreter, maar nu voelde ze razernij in zich opkomen. Die vetzak mocht dat niet van haar afpakken! Dat was haar rechtmatige eigendom!

Toen het onregelmatige notenkabaal maar niet ophield, bonkte ze woedend met haar vuist op de muur. Geen gehoor. Daar was die scheidingsmuur te dik voor. Alleen flarden van wereldhits in wording baanden er hun weg doorheen. Eenrichtingsverkeer. Ze bonkte een tweede keer op de muur. Vergeefs.
Verdomd. Eerst die gezondheidsidioot van een Erik en nu de pokkenherrie van volslanke Franklin. Tien minuten over elven. Te laat om nog aan te bellen. Overigens was dit een straat waar men niet bij elkaar aanbelde. Nooit. Het socializen beperkte zich tot korte dialogen en passant en hoofdknikjes in het openbaar. De Bambruggestraat werd vooral door nivea’s bewoond: niet in voor- en achtertuin. Het sociaal cement bestond er uit stijfsel. De huizen waren heiligdommetjes; de straat was niet meer dan een buizenpost om zo rap mogelijk toe te komen of weg te gaan.   

De commentaren zijn gesloten.